“Die moslimjongeren” zijn ook gewoon onze jongeren
Kathleen Van Den Daele, directeur van LEVL vzw, een organisatie die werkt rond antiracisme en gelijke participatie, reageert op de opschudding naar aanleiding van ‘De foto van Vlaanderen’. “Doen alsof een probleem exclusief bij moslimjongeren ligt is foutief en bijzonder schadelijk”, schrijft ze in dit opiniestuk.
Er is iets vreemd aan het publieke debat in Vlaanderen. Of beter: er is iets destructief aan de hand.
Je zet de televisie op, je opent een krant, je scrollt door sociale media en vroeg of laat komt het weer terug. “De moslimjongeren.”
Altijd opnieuw alsof het over een aparte bevolkingsgroep gaat die ergens buiten de samenleving leeft. Alsof ze niet gewoon hier geboren zijn, hier naar school gaan, hier werken, verliefd worden, puberen, fouten maken, dromen hebben en belastingen zullen betalen zoals iedereen.
“Doen alsof dat probleem exclusief bij moslimjongeren ligt, dat is foutief en bijzonder schadelijk”
Deze week ontstond weer opschudding naar aanleiding van een jaarlijks maatschappelijk onderzoek in opdracht van de VRT ‘De foto van Vlaanderen’. In reactie daarop kwam Maarten Boudry op De Afspraak uitleggen dat vrouwonvriendelijke ideeën en de invloed van de ‘manosphere’ vooral door moslimjongeren worden overgenomen.
Er bestaan macho-opvattingen, seksisme, Andrew Tate-fanboys en jongens die denken dat respect voor vrouwen optioneel is zolang ze maar een podcastmicrofoon hebben en een trainingsbroek dragen. Er zijn wereldwijde uitdagingen, waar we ons terecht zorgen om moeten maken. Maar doen alsof dat probleem exclusief bij moslimjongeren ligt, dat is foutief en bijzonder schadelijk.
Want wat blijft er hangen bij de gemiddelde kijker? Niet: “We moeten investeren in jongeren.” Niet: “Hoe pakken we toxische mannelijkheid aan?” Niet: “Hoe zorgen we ervoor dat jongens weer positieve rolmodellen krijgen?”
Nee, wat blijft hangen is: “Moslims zijn het probleem.” Altijd opnieuw. En dat patroon begint ondertussen gevaarlijk herkenbaar te worden.
Wanneer jongeren met een migratieachtergrond iets goed doen, zijn het “jongeren”. Wanneer ze iets fout doen, worden het plots “moslimjongeren”, “allochtonen”, “bepaalde gemeenschappen”, “die cultuur”.
Alsof hun identiteit alleen relevant wordt wanneer er een probleem is.
Daarentegen wordt zelden dezelfde collectieve taal gebruikt wanneer een witte man zijn vrouw vermoordt, wanneer witte hooligans schade aanbrengen, wanneer witte studenten voor wekenlange overlast zorgen in publieke ruimtes of door overmatige intoxicatie in het ziekenhuis belanden.
“Zodra het gaat over moslims of jongeren met een migratieachtergrond,
verdwijnt nuance opvallend snel”
Dan spreken we plots over “individuen”, over “jongeren”, over “een incident”. Dan wordt er nuance gezocht. Context. Verklaringen.
Maar zodra het gaat over moslims of jongeren met een migratieachtergrond, verdwijnt die nuance opvallend snel. Dan worden individuele daden plots voorgesteld als een cultureel probleem.
Dat creëert een gevaarlijke dynamiek waarbij één specifieke groep voortdurend gestigmatiseerd en gecriminaliseerd wordt, terwijl we bij andere groepen veel sneller bereid zijn om menselijkheid, nuance en complexiteit toe te laten. En laat ons eerlijk zijn: mensen voelen dat. Jongeren voelen dat ook.
Je voelt het wanneer politici over je spreken alsof je een maatschappelijk risico bent dat beheerd moet worden in plaats van een mens waarin geïnvesteerd moet worden. Je voelt het wanneer mediafiguren over jouw gemeenschap praten met een mengeling van frustratie, achterdocht en morele superioriteit. Je voelt het wanneer academici je analyseren alsof je een sociologisch probleem bent in plaats van een burger van dit land.
Dat kruipt onder de huid.
Want weinig dingen zijn zo vermoeiend als voortdurend bekeken worden door een vergrootglas dat alleen aanslaat wanneer er iets misloopt. En misschien moeten sommige opiniemakers zich eens afvragen wat dat op lange termijn doet met een generatie. Want een samenleving breekt niet alleen door haat. Ze breekt ook door constante vernedering. Door mensen generatie na generatie duidelijk te maken: “Jullie horen erbij, maar ook weer niet helemaal.”
“Laten we investeren in alle jongeren”
Onze jongeren hebben dromen, ambities en plannen. Ze maken fouten. Ze worden geconfronteerd met heel wat uitdagingen. Ze vallen en staan weer op. Velen worden de verpleegkundigen, politieagenten, IT’ers of ambtenaren van de toekomst. Ze zijn moeders, vaders, zussen en broers. Ze bouwen hun leven hier op, omdat dit hun thuis is. Hun bestaansrecht in Vlaanderen vraagt geen rechtvaardiging. Het is er, tout court, omdat zij van hier zijn.
Laten we investeren in alle jongeren met aandacht voor recente uitdagingen waaronder de gevaren van sociale media, de ‘manosophere’, vrouwonvriendelijke handelingen en uitspraken, zonder groepen te stigmatiseren en ze voortdurend te wantrouwen. In plaats van over jongeren te spreken alsof ze van een andere wereld zijn, kunnen we samen met jongeren in gesprek gaan en samen aan een gezamenlijk discours bouwen voor een veilige en duurzame samenleving, want een samenleving wordt sterker wanneer mensen zich gezien en gehoord voelen. Wanneer ze zich erkend voelen als volwaardige burgers. Wanneer ze het gevoel hebben dat ze er écht bij horen. En als we daarin slagen, dan verandert niet alleen het debat.
Dan verandert de toekomst zelf.