Evaluatieonderzoek van het Vlaams Actieplan Antidiscriminatiebeleid op de private huurmarkt
Het onderzoeksrapport van het HIVA evalueert het Vlaams Actieplan Antidiscriminatiebeleid op de private huurmarkt. Het actieplan, gestart in 2018, levert onvoldoende resultaat op.Recente onderzoeken bevestigen dat discriminatie op basis van etniciteit, inkomen en handicap nog steeds systematisch voorkomt. De huidige aanpak, die sterk leunt op vrijwillige zelfregulering en sensibilisering, blijkt onvoldoende effectief – zeker in de context van een krappe woningmarkt. Hieronder vindt u een samenvatting van de inhoudelijke bijdrage van LEVL aan het onderzoeksrapport.
1. Discriminatie op de private huurmarkt: meer dan enkel krapte
LEVL erkent dat de krapte op de private huurmarkt discriminatie verscherpt, en dat het aanpakken van die krapte bijgevolg belangrijk is. Toch volstaat dit niet om discriminatie volledig te verklaren of op te lossen. Zelfs in een markt die in balans is, komt discriminatie voor. LEVL pleit daarom voor een parallel beleid dat enerzijds inzet op het uitbreiden van het (betaalbaar) huuraanbod, en anderzijds op een structurele aanpak van discriminatie.
2. Van meldingsbereidheid naar doorlopende ondersteuning
Om de meldingsbereidheid te verhogen, is het verbeteren van de ’toegangspoort’ tot procedures onvoldoende. LEVL benadrukt de noodzaak om melders doorheen de hele procedure te ondersteunen. Die ondersteuning moet meerdere elementen omvatten om een verschil te maken:
- Emotionele ondersteuning: luisteren naar de ervaring en samen beoordelen of er sprake is van discriminatie.
- Vertaling van de ervaring naar een concrete, juridisch bruikbare taal.
- Duidelijk schetsen van de te doorlopen stappen bij elke procedure.
- Gezamenlijk beoordelen of een klacht bij het VMRI en/of het BIV aangewezen is.
- Bewijsverzameling.
- Dossieropbouw en gezamenlijke indiening.
- Ondersteuning bij het inschakelen van een tolk waar nodig.
- Opvolging van de procedures.
LEVL is van mening dat deze ondersteuning het best kan worden verzorgd door organisaties die gespecialiseerd zijn in discriminatie en gelijkheid, die dicht bij de groepen staan die kwetsbaar zijn voor discriminatie en kunnen optreden als bemiddelaar en/of juridisch kunnen optreden. Het gaat om een intensief proces dat alleen mogelijk is als daarvoor specifieke middelen worden voorzien voor de betrokken organisaties.
Discriminatie op de woonmarkt speelt zich vaak af in de eerste, moeilijk zichtbare fases. Daardoor hebben slachtoffers weinig bewijs en blijft discriminatie onder de radar. Proactieve praktijktesten doorbreken dat mechanisme omdat ze gelijke profielen vergelijken en zo ongelijke behandeling aantonen. Voor LEVL zijn proactieve praktijktesten geen technisch instrument op zich, maar een strategische hefboom voor structurele verandering. Daarnaast worden ze internationaal beschouwd als een van de meest betrouwbare methodes om echte discriminatie te meten in real-life situaties.
Proactieve praktijktesten:
- tonen feitelijke discriminatiepatronen, niet alleen perceptie
- maken monitoring mogelijk
- onderbouwen beleidsadvies richting overheid
3. Van reactieve naar proactieve praktijktesten
LEVL geeft aan dat reactieve praktijktesten hun waarde kunnen hebben als bewijsstuk in individuele dossiers, wanneer er een vermoeden van discriminatie is. Bij dit type testen komt de verantwoordelijkheid om een proces op te starten echter opnieuw bij de huurder te liggen.
Proactieve praktijktesten daarentegen, nemen die drempel weg. De tests worden ingezet onafhankelijk van de tussenkomst van een kandidaat-huurder. Ook negatieve testresultaten kunnen dan – zonder betrokkenheid van een individuele huurder – leiden tot een procedure tegen de verhuurder of makelaar.
LEVL heeft in het kader van lokale actieplannen praktijktesten uitgevoerd, in samenwerking met academici om de methodologische kwaliteit te garanderen. Vervolgstappen, zoals het indienen van dossiers bij het VMRI of BIV, werden eveneens genomen. Het voordeel van middenveldorganisaties is hun nabijheid tot de doelgroepen en hun expertise rond verschillende discriminatiegronden.